To Dulferdance page To Dulferjazz page To Dulfer Facebook page To Dulfer Youtube channel
    To Dulfer contact page
 
To Dulfer Homepage
To Dulfer Bookings page
To Concerts page
To Dulfer Videos page
To Photos page
To Buy CDS page
To Dulfer Downloads page
To Dulfer Streams page
To Dulfer Books page
To Dulfer Discography page
To Dulfer Stageplan page
To Dulfer Gear page
To Dulfer Linked page
     

DULFOGRAFIE

 
   
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
Inleiding
Hans Dulfer is één van Nederlands bekendste en meest veelzijdige muzikanten. Hij volgt trends op de voet, maar blijft jazzmuzikant in hart en nieren. Jarenlang opereert hij vooral als podiumdier en zet hij het maken van platen onder eigen naam op het tweede plan. Als hij daar in de jaren negentig serieus werk van maakt, volgt groot succes in Nederland en een sterstatus in Japan.
 
 
1940 - 1967
Opgroeiend in Amsterdam-West, ontdekt Hans Dulfer (geboren Amsterdam, 28 mei 1940) als tiener de jazz. Hij leert zichzelf saxofoon spelen en begint in 1957 een hardbop-band met Clous van Mechelen. in 1957 neemt hij met het quintet van trompettist Theo Deken deel aan het jazzconcours in Loosdrecht.
 
In 1961 is Dulfer tevens lid van het Metropolitain Quintet dat hem een Selmer tenorsaxofoon kado doet (omdat hij altijd vals speelt!).
 
In 1962 mondt het Theo Deken Quintet uit in de 'Big Ballad Boogie Blues Beat Bounce Band' vol andere jonge talenten zoals pianist Louis van Dijk. Deze bigband bestaat tot 1965.
 
Halverwege de jaren zestig speelt Dulfer ook geregel met multirietblazer Willem Breuker en maakt hij met pianist Peter Snoei deel uit van de eerste groep freejazzmuzikanten in Nederland.
 
1968 - 1972
Van 1968 tot 1970 leidt Dulfer de band 'Heavy Soul Inc'. met o.a. trombonist Willem van Manen, bassist Maarten van Regteren Altena, drummer Han Bennink en jazzrockgitarist John McLaughlin.
 
Vanaf september 1968 organiseert hij onder de naam 'Jazz in Paradiso' een serie concerten in deze opkomende Amsterdamse poptempel: op woensdagavonden laat hij er internationale jazzsterren spelen zoals Dexter Gordon, Don Byas, Ben Webster, Clifford Jordan en Harry Verbeke.
 
Ook levert hij in deze periode een belangrijke bijdrage aan de integratie van Surinaamse en Antilliaanse musici in Nederland.
 
In 1968 komt de LP Heavy Soul Inc. - Live in Paradiso' uit en in 1969 Soulbrass Inc. - 'Live at the Bohemia Jazzclub'.
 
In 1969 wint Dulfer de Wessel Ilcken-prijs en neemt hij met het Theo Loevendie Consort de LP 'Mandela' op. Een mooi jaar, want in dat jaar wordt ook dochter Candy geboren.
 
Dulfers interesse in popmuziek leidt tot samenwerking met groepen als Groep 1850 en Barrelhouse.
 
Samen met Ritmo Natural en Jan Akkerman maakt Dulfer in 1970 de plaat 'The Morning After The Third', gevolgd 'Candy Clouds'.
 
De tevens in 1970 uitgebrachte single 'Red Red Libanon/Candy Clouds' met Ritmo Natural haalt de tipparade (toenmalige hitlijst).
 
In 1972 neemt hij met het Theo Loevendie Consort het album 'Chess' op, in 1974 'Live Jazzfestival Laren'. Met Loevendie speelde hij 10 jaar. In 1972 neemt hij ook zijn eerste echte soloplaat op 'El Saxophon'.
 
Zangeres/saxofoniste Rosa King (in Nederland gevestigde Amerikaanse) neemt ondertussen de inmiddels 13-jarige dochter Candy, die altsax is gaan spelen, op in haar band.
 
1973 - 1974
Dulfer speelt in 1973 mee op de LP 'Boy Edgar's Sound - Live in Shaffy', van pianist, componist en bandleider Boy Edgar. In 1974 werkt hij mee aan de LP's 'First Experience Universe' van de formatie Orange Upstairs (ook bekend als Group 1850), 'Live in Shaffy' van Leo Cuypers en 'Live Jazzfestival Laren' van het Theo Loevendie 4-Tet.
 
1975 - 1981
In deze periode treedt Dulfer op met 'De Perikels', waarin tenorsaxofonist Rinus Groeneveld en een aantal ex-leden van de Amsterdamse funkband 'Solat' meespelen: Mr. Slim (steeldrums, percussie), Frank Douglas (gitaar), Glenn Gaddum sr. (piano, clavinet), Eddie Veldman (drums, zang), Mitchell Callender (bas, zang), Koko Kowsolea (conga's), Glenn van Windt (timbales), Lilian Jackson (zang, later bekend geworden met popband Spargo), Peggy Larson (zang) en Mildred Douglas (zang, later bekend geworden met popband Mai Tai).
 
Daarnaast is Dulfer mede-oprichter en bestuurslid van het belangrijke jazzpodium Bimhuis in Amsterdam, adviseur van het North Sea Jazz Festival, en schrijft hij columns voor muziekmagazine OOR.
 
In 1977 haalt de opnieuw uitgebrachte single 'Red Red Libanon' (ditmaal onder de naam 'Hans Dulfer & De Perikels') opnieuw de tipparade. Ook het album 'Main' van Hans Dulfer/ Roswell Rudd/ Arjen Gorter/ Martin van Duynhoven' komt dat jaar uit.
 
In 1977 organiseert hij in het Bimhuis de 'Non Stop Tenor Battle' met de saxofonisten Sean Bergin, Jan Cees Tans, Maarten van Norden en Ron Stallings.
 
In 1978/79 werkt Dulfer mee aan Herman Brood's Cha Cha-project (met Nina Hagen) dat als film en LP op de markt komt. Hij speelt ook regelmatig met Barrelhouse mee en levert in 1979 een bijdrage aan hun LP 'Beware'. Ook speelt hij regelmatig met tenorsaxofonist Rinus Groeneveld, net als Dulfer een powerblazer. Ze staan in 1980 samen met Jan Cees Tans in het Bimhuis met de tenorbattle 'Het Amsterdams Tenorenonderzoek'.
 
Het boek 'Jazz In China', dat in 1980 verschijnt, bevat columns en artikelen die Dulfer door de jaren heen voor verschillende bladen en kranten heeft geschreven.
 
Nadat hij met De Perikels op het Varagram-label het album 'I Didn't Ask' opneemt, ontbindt hij in 1981 deze groep en formeert hij zijn nieuwe, luidruchtige speedmetalformatie 'Reflud' (anagram van Dulfer). Op 'I Didn't Ask' speelt ook de jonge Candy Dulfer mee, alsmede zanger Franklin Batta. Batta zou later gaan zingen in de eerste Candy Dulfer & Funky Stuff band.
 
1982 - 1988
Ondanks vele bezettingswisselingen bouwt Dufer met Reflud landelijk een uitstekende live-reputatie op. In de band spelen o.a. gitaristen Nick Vos en Tony Leeuwenburgh, gitarist/ zanger Wouter Planteijdt, bassisten Michel van Schie, Thijs Vermeulen en Rene Sel en drummer Roland Zeldenrust.
 
In 1983 brengt Dulfer met rockzanger Herman Brood op het North Sea Jazz Festival een ode aan blueslegende Mose Allison (het grote voorbeeld van Herman). Dit jaar speelt hij tevens als gast mee met de avantgardeformaties 'Kiem' en 'Nine Tobs'. Dulfer werkt dit jaar ook mee aan de LP 'Friendship' van de Bluesbastards van Rinus Groeneveld.
 
In 1985 werkt Dulfer mee aan een bluesproject van de band Claw Boys Claw (Peter te Bos).
 
In zijn eigen band spelen een poosje ook muzikanten van de rockband 'Sjako!'.
 
In 1985 wordt Dulfer door omroep VPRO aangesteld als presentator van het tweewekelijkse jazzradioprogramma 'In the Midnight Hour'.
 
Eind jaren '80 speelt Dulfer regelmatig met het 'LSD-sextet' met organist/producer/ presentator/studiomuzikant/North Sea Jazz-adviseur Cees Schrama en de jonge saxofonist Boris van der Lek. Ze verschijnen o.a. in het TROS-jazzprogramma 'Sesjun' waar Schrama als presentator aan is verbonden.
 
In 1988 komt van Reflud een Vinyl Single uit getiteld 'High Noon' maar een album wordt nooit opgenomen.
 
1989
Terwijl dochter Candy steeds beroemder wordt met haar internationaal aansprekende pop/jazz-crossover, gaat de interesse van Dulfer sr. nog steeds uit naar een crossover van jazzimprovisatie met harde popmuziek. Verandering is op til..
 
Medio 1989 worden de eerste contouren zichtbaar van Dulfer's volgende band 'Tough Tenors', met de talentvolle tenorsaxofonist Boris van der Lek aan zijn zijde, bassist Martin Zand Scholten, gitarist Walter de Graaff en drummer Jan Hein van Huizen. De band speelt met dezelfde energie als Reflud een keiharde mix van overstuurde jazzstandards, funk, speed- en trashmetal (o.a. nummers van Slayer, Antrax en Motorhead!).
 
In 1989 publiceert uitgeverij 'In de Knipscheer' de Paperback 'Dulfer's Dum Dum' waarin de beste columns die Dulfer vanaf 1986 schreef voor muziekmagazine OOR, zijn gebundeld.
 
1990
In 1990 wordt Dulfer tot verbazing van velen aangesteld als de nieuwe directeur van poptempel Paradiso. Wanneer hij na krap een jaar de complete staf tegen zich weet, ruimt hij alweer het veld. In die Paradiso-periode organiseerde hij de populaire 'Alarmavond' op maandagen, waarop hij de eerste set zelf speelde en de rest van de avond een andere Nederlandse band de kans gaf. Ook organiseerde hij de bijzondere 'honkers and screamers-avond' met Amerikaanse saxlegendes Sil Austin, Lee Allen en Boots Randolph.
 
In 1990 begin Dulfer ook met wekelijkse optredens in Jazzcafé Alto in Amsterdam, een traditie die hij 25 jaar zal volhouden.
 
Eind 1990 ziet hij in jongerencentrum 'De Boerderij' in Zoetermeer in zijn voorprogramma de band 'No Limits' van de beginnende saxofonisten Wouter Kiers en Ruud de Vries spelen. Hij herkent zijn eigen drive in de twee, steunt ze waar mogelijk en zal later in hun carriëre meewerken aan diverse albums.
 
En passant speelt hij als acteur de rol van Dulver in de door Pim de la Parra geregisseerde film 'Let the Music Dance' van scenarioschrijvers Ian Lopez en Paul Ruven.
 
1992 - 1993
In Tough Tenors maken Walter de Graaff en Jan Hein van Huizen plaats voor gitarist Dirk van der Wal en drummer Bobby Langeberg. Ook de Amerikaanse topdrummer Cornell W. Rochester speelt nog een poosje mee.
 
Voor omroep VPRO presenteert Dulfer na het beeindigen van het jazzradioprogramma 'In the Midnight Hour' in 1992 nu wekelijks het liefst drie uur durende radioprogramma 'Streetbeats', later 'Hothouse' genoemd. Ook presenteert hij een poosje het radioprogramma 'Eurojazz'.
 
Dulfer voert in 1992 met het 'Surinam Music Ensemble' onder leiding van Eddie Veldman de 'Kid Dynamite Suite' uit, een ode aan de legendarische Surinaamse tenorsaxofonist Kid Dynamite (echte naam Arthur Parisius, 1911-1963), die in de jaren '50 furore maakte in vooral Amsterdam (Jazzcafé Casablanca aan de Zeedijk).
 
Dulfer ontvangt in 1993 de 'North Sea Jazz Bird Award', waarna hij besluit muzikaal een hele andere richting in te slaan. Aan de band Tough Tenors komt dan een eind.
 
1994
Dit jaar neemt Dulfer het baanbrekende album 'Big Boy' op met het producers/muzikantenduo John Helder en Paul Keuzenkamp (voorheen gelieerd aan de groep Gung-Ho). Deze plaat, een unieke crossover van jazz en electronische muziek, levert hem in Nederland een hit op met de single 'Streetbeats'. De hitnotering brent hem dit jaar als enige jazzartiest op de befaamde popfestivals 'Pinkpop' en 'Parkpop'.
 
Big Boy wordt ook in Japan goed verkocht. Het nummer 'Mickey Mouth' wordt er verkozen tot dé tune van een populaire serie over Italiaans voetbal en komt op nummer vijf in de Tokyo Top Honderd.
 
De Japanners vallen definitief voor zijn muziek als hij op initiatief van J. Wave (een slim Japans publishingbedrijf annex reclameburo en TV-station) een track maakt voor een commercial ter promotie van de nieuwe Toyota Rav4. Het nummer krijgt de titel 'Hyperbeat' en maakt hem op slag wereldberoemd in Japan.
 
Toshiba EMI brengt de radiotune Hyperbeat uit op single en ook dit nummer bereikt in Japan de Top Vijf. Op verzoek van Toshiba EMI produceert Dulfer met Helder en Keuzenkamp een Mini-album CD met twee versies van Hyperbeat en drie nieuwe tracks. Het leverde hem een contract voor een tour in Japan op. Daarvoor moet wel een liveband samengesteld worden, die naast Dulfer zal bestaan uit Hans Eijkenaar (drums), Ishaq van Niel (bas), Egon Verhoeven (gitaar), Kino Haitsma (toetsen/samples), Boris van der Lek (tenorsax) en tijdens Japanse tours ook rapper John Helder.
 
Los van deze ontwikkelingen wordt in dit jaar nog eenmaal de Kid Dynamite Suite met het Surinam Music Ensemble uitgevoerd.
 
1995
Het speciaal voor Japan uitgebrachte Mini-album Hyperbeat is daar het best verkochte instrumentale album van het jaar. Tijdens een groots opgezet Japans TV-gala ontvangt Dulfer hiervoor een Golden Disc Award.
 
Het jazzalbum 'Express Delayed' (al opgenomen in 1978, met organist Herbert Noord, drummer John Engels en gitarist Joop Scholten) verschijnt alsnog op CD.
 
Dulfer gaat voor het eerst op tournee door Japan met zijn nieuwe formatie.
 
Voor omroep VPRO presenteert hij kortstondig op zondagmiddag het radioprogramma 'De Noodingang'.
 
Als acteur speelt hij de rol van garagehouder Nosmo King in de gelijknamige TV-serie die tot in 1996 loopt.
 
De wekelijkse optredens in jazzcafé Alto doet Dulfer vanaf dit moment vooral met drummer Hans Eijkenaar, bassist Ishaq van Niel, pianist Kino Haitsma en tenorsaxofonist Boris van der Lek.
 
1996
Het album Dig! verschijnt in het voorjaar van 1996. Deze plaat ligt in de lijn van Big Boy maar bevat ook rustige ambient stukken. Ook tenorsaxofonist Boris van der Lek is op dit album van de partij. Dulfer maakt bij de gelijknamige single Dig! een videoclip op aandringen van platenmaatschappij EMI. Het resultaat blijft niet uit: ook dit album is een succes, met name in Japan. In de zomer zijn er optredens op grote Europese festivals (o.a. het Deense festival Roskilde) en Dulfer gaat voor de tweede maal op tournee in het Verre Oosten.
 
1997
In verband met besprekingen tussen de Europese Unie en de VS op het Binnenhof en de Marshall-hulpherdenking brengt de Amerikaanse president Clinton met zijn vrouw Hillary een bezoek aan Nederland. Het presidentiële echtpaar bezoekt ook het feest dat de stad Rotterdam aanbiedt aan zo'n vierduizend in Nederland wonende Amerikanen, als dank voor de genoten Marshall-hulp na WO II.
Alom bekend is dat president Clinton ook tenorsax speelt. Het is dus niet toevallig dat Dulfer de eer te beurt valt om tijdens het feest met de 'Fanfare of the Common Men' en zangkoren van Amerikaanse kinderen uit Wassenaar en Rotterdam het nummer 'Don't Stop Thinking About Tomorrow' ten gehore te brengen. Dit nummer was het lijflied van Clinton in zijn verkiezingscampagne in 1992.
 
In de Dulferband volgt toetsenist Jeroen van Iterson Kino Haitsma op.
 
1998
Het nieuwe album 'Skin Deep!' kent ook big band- en drum 'n' bass-invloeden. Op deze plaat laat Dulfer zich weer van zijn heftige kant horen. Er worden veel samples en exotische instrumenten aan de tracks toegevoegd. Daarmee komt zijn muziek steeds dichter bij het ideaalplaatje dat hij wekelijks zijn luisteraars op de VPRO-radio voorschotelt: met het grootste gemak laat hij jazzgrootheid Archie Shepp en drum 'n' bass-producer Roni Size op elkaar volgen ("Omdat het in wezen hetzelfde ding is", verklaart Dulfer.) Skin Deep is redelijk succesvol.
 
Dulfer blijft radioprogramma's presenteren voor de VPRO en speelt nog steeds elke woensdag in zijn geliefde jazzcafé Alto in Amsterdam. Hieruit blijkt dat Dulfer zijn wortels nooit vergeet.
 
Voor de Japanse markt wordt ondertussen het compilatie-album 'The Greatest' samengesteld.
 
Dit jaar volgt drummer Ruben van Roon Hans Eijkenaar op in de Dulferband.
 
1999
Dulfer is wederom succesvol op tournee in Japan. Een optreden in China gaat echter door plotselinge politieke spanningen rond de Kosovo-crisis niet door.
 
Opnamen van een concert in Club Quatro te Tokyo in juni 1998 verschijnen op het album 'Papa's Got A Brand New Sax' waarop ook tenorsaxofonist Boris van der Lek (zeer lange tijd zijn muzikale metgezel) te horen is.
 
Een nummer van Dulfer is te horen op de soundtrack van de Nederlandse speelfilm 'The Delivery'.
 
Dulfer produceert dit jaar ook 'Black Girl', een album van jazzzangeres Lils Mackintosh, die nummers van de legendarische blueszanger Huddie Ledbetter (ook bekend als Leadbelly) vertolkt in gezelschap van o.a. pianist Peter Beets. Succes blijkt besmettelijk want Mackintosh wint met het album een Edison.
 
Eind 1999 vervangt bassist Thijs Lodewijk Ishaq van Niel in de Dulferband.
 
2000
Dulfer viert zijn zestigste verjaardag in poptempel 'De Melkweg' in Amsterdam. Naast zijn eigen band spelen o.a. zijn dochter Candy Dulfer, trompettiste Saskia Laroo, pianist Michiel Borstlap, (toenmalig minister) Hans Dijkstal, saxofoniste/zangeres Rosa King, tenorsaxofonist Alexander Beets en de band van het saxofonistenduo Wouter Kiers & Ruud de Vries. Zelfs roddelweekblad 'Privé' doet van het feest verslag. Dulfer is een BN'er geworden.
 
In december lukt het Dulfer als eerste Nederlandse muzikant geld te ontvangen van 'naburig rechten' die in Japan zijn verdiend. 'El Saxofon Part II' is het laatste album dat hij maakt voor EMI, waarop hij in Japan de 'El Saxofon Tour 2000' doet, vergezeld van tenorsaxofonist Wouter Kiers, die op het laatste moment invalt voor Boris van der Lek die door privéomstandigheden noodgedwongen thuis moet blijven.
 
Nog steeds speelt Dulfer iedere woensdagavond met een traditionele jazzbezetting in het Amsterdamse jazzcafé Alto. De bezetting wisselt in die periode regelmatig, met o.a. Cajan Witmer en Alber Sarko piano.
 
2001
Dulfer treedt veelvuldig op, met als hoogtepunten het afscheidsfeest van de
Amerikaanse ambassadeur Schneider, het Rotterdamse World Port Jazz Festival en het North Sea Jazz Festival.
 
Als columnist is hij nu verbonden aan NRC Handelsblad en het jazzmagazine Jazz NU.
 
Dulfer acteert in twee korte Nederlandse TV-films die in juni dit jaar worden uitgezonden: 'The Sound Of Drumming' en 'I Don't Believe' (waarin hij de rol van corrupte manager speelt).
 
Dit jaar wordt Dulfer ook aangesteld als presentator van 'Dulfer Jazz' een jazzradio-programma voor BNR (Business News Radio).
 
Als dochter Candy gebroken heeft met haar platenlabel BMG en Dulfer zelf met EMI, richten beide Dulfers hun vizier weer op Japan. Ze bundelen hun krachten en nemen in het album 'Dulfer Dulfer' op dat begin 2002 in Japan zal uitkomen.
 
De 'jazzbezetting' waarmee Dulfer iedere woensdagavond in jazzcafé Alto optreedt (met o.a. contrabassist Eric Barkman), vindt in Bas van Lier een nieuwe pianist en Cyril Directie een nieuwe drummer.
 
2002
Hans Dulfer wordt koninklijk onderscheiden tot 'Ridder in de Orde van de Nederlandse Leeuw'.
 
In juli en augustus staat de Dulfer op het JVC Madarao Festival in Japan. Deze tournee brengt hem tevens in Vietnam, de Verenigde Staten en China. Voor deze tour moest op het laatste moment drummer Cyril Directie ingevlogen worden, omdat drummer Ruben van Roon vlak voor vertrek zijn vliegangst niet kon overwinnen.
 
'Dulfer Dulfer', het eerste duo-album van Hans en Candy Dulfer, wordt in september gereleased in Japan. Enkele weken later wordt het album wereldwijd uitgebracht. Vader en dochter Dulfer doen in december enkele optredens in de Japanse Blue Note clubs.
Als acteur speelt Dulfer de rol van Manfred Tol in de TV-serie Baantjer, in de aflevering 'De Cock en de dode Duivenmelker'.
 
Dulfer beraadt zich ondertussen op zijn muzikale toekomst en besluit gaandeweg zijn grote Dulferband waarmee hij in de jaren '90 Nederland en Japan veroverde, te vervangen door een kleinere band, de 'Dulfer New Band'. Zijn begeleiders worden dan: DJ Kikke (drummer Ruben van Roon, die tevens de dancebeats aanstuurt), Eric Barkman (electrische contrabas) en MC John Helder (een van de producers van zijn succesalbums Big Boy en Hyperbeat, als rapper). Meer dan ooit staan de harde electronische beats centraal, waarmee Dulfer de tijdgeest (het definitief aanbreken van het DJ-tijdperk) perfect aanvoelt.
 
In 2002 werkt hij ook mee aan een reclamecampagne voor het jenevermerk Goblet. Zijn stem is te horen in de radiocommercial en hij neemt de promotionele 'Dulfer Plays Goblet' EP CD op.
 
2003
Het nieuwe album 'Scissors, Hans Dulfer presented by Handieman' heeft een lounge-insteek en komt voort uit samenwerking met producer 'Handieman' Maurits de Weert die er op gebrand is de 'zachte', emotionele kant van Dulfer vast te leggen.
 
Organisatie SENA (beheerder van de 'naburige rechten') maakt bekend dat Hans Dulfer de afgelopen 10 jaar de vaakst op buitenlandse radio en televisie gedraaide Nederlandse musicus is.
 
Dit jaar speelt Dulfer ook weer op het North Sea Jazz Festival. Iedere maandagnacht presenteert hij nog steeds jazzradio-uitzendingen voor BNR en nog altijd speelt hij iedere woensdag in jazzcafé Alto in Amsterdam.
 
2004
Dulfer levert een bijdrage aan 'What A Difference A Day Makes', een benefietproject van UNICEF waarbij een groot aantal Nederlandse artiesten en acteurs nummers uit het repertoire van het 'American Songbook' zingt/speelt. Van elk verkochte album gaat een bedrag naar UNICEF. Op het album speelt Dulfer de ballad 'Old Folks' en begeleidt hij volkszanger Gerard Joling.
 
Met zijn New Band verzorgt Dulfer op 23 september 2004 een 'afterparty' na het optreden van de beroemde Amerikaanse saxofonist Pharoah Sanders in Zoetermeer.
 
LEES OOK DIT INTERVIEW MET DULFER UIT 2004
 
2005
Op 28 mei bereikt Dulfer de (op dat moment) pensioengerechtige leeftijd van 65.
 
Zijn wekelijkse optredens in jazzcafé Alto op woensdagavond, gaan onverminderd door. Ook drummer Eric Kooger is regelmatig van de partij.
 
2006
Dulfer speelt met een reguliere jazzbezetting op het festival 'Jazz à Carthage' in Tunesië, dat plaatsvindt in Tunis van 12 tot en met 22 april. Hij speelt daar met Joseph Bowie, de legendarische Defunkt-trombonist/zanger.
 
Hij viert dit jaar ook een feestje in de vestiging van het BNR radiostation, omdat hij 50 jaar actief is als saxofonist en bandleider.
 
Dit jaar verschijnt ook het album 'Live In Breda' van de Dulfer New Band. Niet op CD, maar als Dulfer's 'Self Release' in mp3 formaat op bedrukte USB-sticks. Hij veroorzaakt opschudding in de muziekwereld door te verklaren het downloaden van zijn muziek toe te juichen. Zijn verklaring: "Aan CD's verdienen alleen platenmaatschappijen, niet de muzikanten. Laat iedereen dus maar downloaden en concerten bezoeken, want daar kan een artiest wel aan verdienen."
 
2007
BNR stopt met Dulfer's jazzprogramma omdat de 'business' zender van mening is dat jazz niet bij de doelgroep past. Er wordt afscheid genomen met een feestje in de BNR-vestiging in Amsterdam.
 
De optredens van de Dulfer New Band gaan onverminderd voort. Met de vooral in Nederland verregaande ontwikkeling van de 'dance' muziek en het legioen DJ's dat Nederland overspoelt, boort Dulfer een grote, jonge doelgroep aan, die normaal gesproken nooit naar jazz zou luisteren. Na het vertrek van DJ Kikke maakt de band gebruik van meerdere DJ's, waaronder vaak Roland Molendijk.
 
2010 - 2012
In de korte film 'De Blauwe Bus' van schrijfster en regisseuse Sanne Kortooms speelt Dulfer de rol van Fritzy.
 
Pianist Bas van Lier, die Dulfer al sinds 2001 begeleidt tijdens optredens met 'reguliere jazzbezetting' maakt een jazzfilm met dichter Jules Deelder, getiteld 'De Deeldeliers' waarin Dulfer ook een paar nummers speelt. Van Lier krijgt het te druk met zijn eigen projecten, waarna gitarist Jerome Hol vanaf 2012 zijn plaats inneemt en voortaan ook meespeelt met de 'electronische' Dulfer New Band.
 
2013 -2014
Tijdens een optreden in P60 te Amstelveen op 15 februari 2013 krijgt Hans Dulfer uit handen van bevriende acteur Pierre Bokma en dochter Candy een platina plaat voor zijn album 'The Famous Grouse Greatest' uit 2011 (een compilatie van zijn succesnummers uit de negentiger jaren, door EMI gereleased in samenwerking met het whiskeymerk 'Famous Grouse'. Het album gaat, samen met een fles whiskey, meer dan 65.000 keer over de toonbank. Een unicum voor de Jazzwereld.
 
In 2013 lijkt het erop dat het Amsterdamse jazzcafé Alto, waar Dulfer tientallen jaren op woensdag optrad, voorgoed de deuren moet sluiten. Binnen no-time vind hij op steenworp afstand van Alto, in het beroemde Café annex Coffeeshop 'The Bulldog' op het Leidseplein een nieuw wekelijks podium. Het publiek komt niet voor jazz maar voor de wiet, een nieuwe uitdaging is geboren en Dulfer bijt zich er als een bulldog in vast. Tijdens deze optredens staat ook trompettist Rob van de Wouw aan zijn zijde.
 
Dit jaar wordt Dulfer ook weer radiopresentator. Voor De (online) Concertzender presenteert hij zijn nieuwe jazzprogramma 'Front Runnin''.
 
De Dulfer New Band is nog steeds succesvol en speelt alle podia en jazzfestivals plat. Optioneel speelt ook trompettist Rob van de Wouw met de band mee. De nieuwe DJ is inmiddels Joris Feiertag.
 
2015
Dit jaar wordt Dulfer 75. Het hele jaar staat in het teken van zijn 'Route 60/75 Tour', waarin hij onvermoeibaar een lange reeks optredens zal afwerken, o.a. in Japan met Candy Dulfer en wederom een optreden op het North Sea Jazz Festival.
 
De tour gaat begin 2015 officeel van start op het Schiedamse jazzpodium 'Waterweg'. Dulfer hernoemt zijn bestaande bands voor alle duidelijkheid in 'Dulferdance' en 'Dulferjazz' en hij vernieuwt tevens zijn website. In beide bands is Eric Barkman al jarenlang zijn vaste bassist en steeds vaker is in beide bands ook breakdancer Musonda Alfonso Koama te gast.
 
Op 28 mei 2015 viert Dulfer zijn 75e verjaardag met een groots muziekfeest in poptempel 'De Melkweg' in Amsterdam. Het wordt een onvergetelijke avond waarop Dulfer uit handen van de Amsterdamse locoburgemeester Pieter Litjens namens het Amsterdamse stadsbestuur de Andreaspenning ontvangt, een hoge onderscheiding voor zijn grote verdiensten voor de jazz in Amsterdam en Nederland. Zie de homepage voor een verslag van de feestavond.
 
Op 6 september vond de derde editie van het Amsterdam Jazz Festival plaats in de Amsterdam ArenA. Ter gelegenheid van zijn jubileumjaar werd Hans Dulfer geconsulteerd voor de programmering van deze speciale ('Dulfer's Choice'). Naast de vele Nederlandse topacts die Dulfer uitnodigt (o.a. Candy Dulfer, New Cool Collective en Deeldeliers), treedt ook een van zijn persoonlijke topfavorieten uit het buitenland op: saxofonist/vibrafonist Manu Dibango. Dibango had een monsterhit in 1972 met 'Soul Makossa'.
 
Van 6 t/m 14 oktober doet Dulfer als extra special guest met de Candy Dulfer Band een serie optredens in de Blue Note Clubs in Japan.
 
2016
Op 28 januari wordt het langverwachte boek over Hans Dulfer gelanceerd in de Amsterdamse Melkweg. Dit boek met de titel 'Hans Dulfer The Story of My Life Young and Foolish', werd geschreven door Nathalie Lans en uitgegeven door uitgeverij Scriptum.